Gran Paradiso, Italië

omgeving rifugio vittorio sella
Een toerskiweek in het Nationale Park Gran Paradiso vanuit de hutten Vittorio Sella en Vittorio Emanuele met uiteindelijk de beklimming van de Gran Paradiso. We maken dagtochten vanuit de hutten en overbruggen dagelijks gemiddeld 1000m. We starten meestal voor dag en dauw en komen dan vaak rond lunchtijd bij de hut, waar we 's-middags tijd hebben om wat te rusten. We ontmoeten elkaar in de Boërne in Argentière om van daaruit naar Italië te gaan, waar we halverwege de week in Valnontey nog een keer in een hotel slapen (warme douches!).
Omgeving
We bevinden ons in het Nationale Park en zien dan ook in Valnontey wat gemzen en steenbokken, die in de winter toch wat verder teruggetrokken lijken te zijn dan in de zomer. De omgeving is zonder meer indrukwekkend te noemen en behoeft nauwelijks introductie. Rond en boven de hutten ligt nog veel sneeuw, dus het lijkt wel op winter, maar vaak wordt het overdag toch al behoorlijk warm, hetgeen de sneeuw erg vochtig en zwaar maakt. We bevinden ons vaak op de gletsjers en met het schitterende weer dat we hebben mogen genieten is het dan ook flink smeren geblazen, om niet teveel te verbranden.
Groep
Onze groep bestaat uit 5 deelnemers plus een gids. Aanvankelijk hebben we Alan Delizee als gids, maar die moet vanwege ziekte halverwege worden vervangen door Edward Bekker. De groep is klein, zeer hecht en uitermate prettig, er zijn nu meer vrouwen dan mannen (3 om 2), wat ik niet eerder heb meegemaakt bij toertochten. We zijn erg sociaal ingesteld, heel zorgzaam voor elkaar en de sfeer is dan ook uiterst ontspannen. Wie zaten er in de groep?
Alan, de Zwitserse gids, was nogal afwezig deze week, hetgeen achteraf te verklaren was door zijn ziekte (hij had griep).
Edward moest in zijn eerste weekje vakantie sinds 4 maanden er toch weer tegenaan.
Heleen, onze ene advocate en uitstekende skister had iets last van hoogtevrees.
Nanette, onze andere advocate, werd na Alan ook helaas geveld door ziekte.
Sylvia, de medicus in de groep, die we hard nodig hadden.
Ron, de klimmer, die voor drinkwater zorgt in Utrecht.
Jim, die meestal achteraan de groep blijft hangen om hand en spandiensten te verrichten.
Veel toerski-ervaring is er niet in de groep, maar de tochten die we maken zijn toevallig allemaal erg eenvoudig en niet erg zwaar, op de laatste dag na. We klimmen de laatste stukjes naar de toppen die we bereiken nog over rotsen, en dat gaat steeds gezekerd aan touw. We hoeven niet veel ijzige steile hellingen te beklimmen, gebruiken maar weinig de couteaux (harscheisen), maar de stijgijzers blijven in de rugzak.
Het weer
We hadden elke dag een perfecte staalblauwe lucht en de temperaturen waren aangenaam, niet al te warm, dus lekker om te toeren. Er lag boven de 2500m nog veel sneeuw, maar die was vnl. gevallen in januari/februari, dus hadden we te maken met oude vaak zware, korrelige sneeuw, waarop het moeilijk skiën was.

klim heleen en nanette
Reisverslag
Zondag 20 april: ik moet vroeg opstaan, want Easyjet vertrekt al om 8.40 uur naar Genève. Er rijdt nog geen metro, dus ik sjouw me een breuk aan de bagage (zoals ski's en skischoenen) dus bezweet kom ik aan op het station. De vlucht gaat voorspoedig en in de hal van de luchthaven van Genève staat de taxichauffeur al klaar om mij naar de Boërne in Argentière te brengen. Hij houdt een bordje met mijn naam erop geschreven omhoog, ik had nl. in Nederland al bij A-T-S.net een taxi gereserveerd voor € 36,00, die mij nu stipt op tijd ophaalt en mij in 1½ uur voor de deur van de Boërne afzet, waar ik al om 12.00 aankom. Ik heb verder de hele middag de tijd om in Chamonix rond te dolen om daar o.a. een zonnebril en nieuwe handschoenen te kopen. Net op tijd kom ik terug in de Boërne om de anderen te ontmoeten, Nanette, Heleen, Sylvia en Ron. Onze laatste deelnemer, Paul, is helaas in Nederland achter moeten blijven, want hij ligt met longontsteking op bed, zodoende toeren we deze week in totaal met 6 man, incl. de gids Alan.
Na een korte briefing van Edward gaan we aan de maaltijd, die o.a. bestaat uit een stevige polenta, met een lekker toetje en de traditionele kaasplateau na. We slapen met z'n vijven op één klein kamertje en sluiten de dag af met het druk inpakken van de rugzakken.
Valnontey
Maandag worden we eerst uitgenodigd bij het huis van Edward, waar Alan ons voorziet van de nodige materialen. Ik ben natuurlijk weer eens wat vergeten thuis, deze keer mijn zonnebril én sneeuwbril. Gelukkig kan ik bij Edward een tweedehandse sneeuwbril overnemen, dus ben ik weer helemaal compleet. We zijn opnieuw druk bezig met het herpakken van de rugzakken en na veel overtollige spullen eruit te hebben gegooid lijkt het erop dat we het goed voor elkaar hebben en vertrekken we met redelijk lichte rugzakken.
We pakken eerst de auto en gaan via de Mont Blanc tunnel naar Valnontey. Hier bij het hotel op 1700m hoogte hebben we buiten op een terrasje heerlijk geluncht maar ons Italiaans is echter nog niet zo goed. Met een mengelmoes van Frans en Engels komen we er wel. Dan de ski's op de rugzak binden en lopen maar, over een steil bergpad richting de hut. Voor Sylvia is het de eerste keer op toerskischoenen lopen, dus uitzoeken hoe strak die dingen moeten worden afgesteld. Uiteindelijk heeft ze toch wat last van blauwe schenen, maar ze blijkt niet de enige te zijn.
Het tempo in de groep is redelijk gelijk, voor Heleen, Nanette, Ron en Sylvia is dit de eerste toerweek van hun leven. Het is wel vreemd om met ski's op de rugzak wandelaars te passeren.
Rond 2200m ligt er een pak sneeuw, dus kunnen we de vellen onder de ski's plakken, en omhoog klimmen op deze manier geeft bij niemand problemen. In de hut aangekomen, waar we met zijn vijfjes een kamer delen, blijken de meesten toch wel lekker moe te zijn geworden. Onder elkaar is het overigens wel erg gezellig. De plannen voor de volgende dag hebben we van Alan meegekregen: om zes uur aan het ontbijt, want er staat ons een stevige klim te wachten.
Gran Serz
Dinsdag staan we om 5.30 uur op, we hoeven de boel niet op te ruimen, want we blijven twee nachtjes in de Rifugio Vittorio Sella slapen. Het wordt al een beetje licht en we staan op de ski's terwijl de zon zich net boven de bergen laat zien. We klimmen vandaag 980m en doen daar uiteindelijk ruim 4 uur over. Het is een heel eenvoudige klim, we hoeven niet de couteaux onder te binden en bij mij blijven de stijghulpen al die tijd op één stand staan, dus langzaam maar gestaag bestijgen we de Gran Serra (ook Grand Serz genoemd). Na enkele pauzes bereiken we een colletje direct onder de top van 3554m, waarna het het laatste stukje naar die top serieus klimwerk wordt, en Alan stelt dan ook voor om deze klim met slechts één van ons te doen. Ron is de uitverkorene en aan touw gezekerd klimmen ze beiden soms gezekerd aan een enkele boorhaak dit laatste stukje omhoog, dat achteraf helemaal niet zo makkelijk blijkt te zijn, voor Alan met zijn stijgijzers aangebonden en voor Ron die ook niet het hele jaar in de bergen vertoeft. Ze bereiken na het nodige geploeter de top om er aan de andere kant weer te abseilen, waarna Alan ons ophaalt, om ook weer gezekerd aan touw terug te keren naar de plek waar we de ski's hebben achtergelaten.
We lopen daar weer te klooien met vellen, rugzakken omdoen, skischoenen afstellen, zonnebrand insmeren enz. en al met al zijn we met dit laatste stukje rond de top zowat twee uur kwijt. Het is inmiddels rond 12 uur als we ons voor de eerste keer in deze toertocht in ski-positie naar beneden laten afdalen ..... en dat is eerlijk gezegd geen onverdeeld genoegen. Het zijn voor mij weer de eerste skibewegingen na een vol jaar niet geskied te hebben en dat dan meteen in deze zeer zware sneeuw, waarin het moeilijk draaien en keren is. Het blijkt ons allemaal erg moeilijk te vallen, want iedereen dweilt letterlijk naar alle kanten over de flanken van de berg, voortdurend vallend in de zware sneeuw, hetgeen weer vaak betekent dat het lastig opstaan is.
Soms ga je dan maar een heel stuk gewoon rechtuit, hetgeen weer inhoudt dat de snelheid moeilijk onder controle te houden is, dat vaak wéér resulteert in een val.
Op een gegeven moment zegt Alan dat we 2 aan 2 moeten afdalen, dus ik moet met Alan omlaag en prompt ga ik weer gigantisch onderuit, één ski verliezend, die ik in hoge snelheid naar beneden zie suizen, erg ver van mij vandaan pas tot stilstand komend. Ik moet vervolgens proberen om door deze loodzware papzooi op één ski af te dalen om uiteindelijk bij de andere ski aan te komen. Dat kost dan ook allemaal erg veel tijd en almaar vallen en onderwijl vloekend en tierend bereik ik eindelijk doodmoe de andere ski.
Vanaf dat moment tot aan de hut wordt het eigenlijk alleen maar slechter en op een gegeven moment liggen Nanette, Sylvia en Ron vlak bij elkaar onderuit in diepe gaten in de sneeuw in allerlei houdingen, de één met het gezicht in de sneeuw, de ander met ski's die muurvast zitten. De sneeuw is hier inmiddels zo zwaar, dat als je valt je ski of je been bijna muurvast komt te zitten in wat wel lijkt op vers gegoten cement. Nou ja, we worstelen en vechten ons er doorheen en we komen best wel moe aan in de hut. En dat is gelukkig steeds een warm en hartelijk welkom in deze rifugio. Je wordt er meteen getrakteerd op grote kannen lichtgezoete thee (op het huis, geweldig) en we bestellen enkele pasta's, waar we allemaal van eten om lekker bij te komen en alvast wat te herstellen.
In de middag hebben we veel tijd en na de vellen bij de kachel te hebben opgehangen om te drogen zoeken we onze kamer op en gaan een tukkie doen.
We slapen weer met z'n vijven op een kamertje, waar zich drie-hoog-stapelbedden bevinden, ieder voorzien van liefst drie dekens, hetgeen voor sommigen van ons nog te weinig is. We hebben geluk dat we steeds met ons clubje bij elkaar slapen, want we hebben een tof team. Heel homogeen, ongeveer hetzelfde niveau, terwijl het sociaal ook erg goed klikt onderling, erg prettig allemaal. Leuk ook dat er 3 vrouwen op 2 mannen zijn, dat zie je niet vaak, meestal zijn de mannen veruit in de meerderheid bij toertochten.
Na ons middagtukkie van liefst 3 uur gaan we richting de eetzaal, waar Alan de briefing doet voor morgen, waarna de huttenwaard ons verrast met een aperitief (soort bowl van witte wijn met vruchtjes) en kleine broodjes met spek: heerlijk en wat attent van ze. De service in de Sella is echt goed, je kan elke dag kiezen uit twee voorgerechten en twee hoofdgerechten, vandaag soep of risotto en vlees of omelet-kaas. Met een crème caramel als toetje, ja, eten is belangrijk in deze basale omgeving.
We gaan maar weer eens vroeg slapen, want morgenochtend gaan we er opnieuw om 5 uur uit.
Punta dell'Inferno
Woensdag rond 5 uur gaat de wekker, we vouwen de dekens op, want we slapen vanavond elders, maar mogen nog wel wat spullen, die we vandaag niet nodig hebben bij het skiën, op de kamer laten liggen.
Gisteravond heeft Alan ons toegesproken en het gehad over "transition" en "synchronizing", hetgeen zoveel wil zeggen dat we bij startpunten, pauzes en overgangen erg veel tijd gebruiken en dat iedereen daar zo zijn eigen tijdsindeling hanteert. Dat kostte gisteren nogal wat kostbare tijd, met als gevolg dat we later dan gepland terugskieden naar de hut. En hoe later op de dag je in deze tijd van het jaar skiet, hoe slechter de sneeuw, dus ook moeilijker, en dan hebben we het maar niet over toenemend lawinegevaar als de middag vordert en de zon haar inwerking doet op de sneeuw. Alan legt dan ook uit dat je met toeren in het voorjaar het beste rond de lunch weer bij de hut kan terugkomen, daarna is het geen doen meer.
We hebben deze wijze lessen vandaag goed in onze oren geknoopt en we staan dan al vóór de afgesproken tijd van 6.30 uur op de ski's voor de hut in de houding gereed om weer eens een flink stukje te klimmen. Doel van vandaag is de Punta dell'Inferno 3393m, ofwel 800m stijgen, hetgeen erg goed gaat vandaag. Het is wederom een eenvoudige klim zonder moeilijke of enge stukken. We arriveren al om half 10 op de top, de laatste hoogtemeters weer zonder ski's. Een prachtige klim met een schitterend uitzicht op de top begeleid door perfect weer.
Met angst en beven zetten we de bindingen van loop- weer in ski-stand en aanvankelijk gaat het skiën weer moeizaam, maar wat lager op de zuidhellingen gaat het gelukkig heel goed. Dat komt ook omdat we heel vroeg zijn en we komen dan ook al om half 11 aan bij de hut en hebben zelfs tijd voor een bakkie thee met een heerlijke taart. We halen hier tevens onze restantbagage op en nemen afscheid van deze geweldige hut, voor mij voorlopig de no. 1 van alle hutten.
Vanaf hier is het weer eens een martelgang skiënd omlaag. Zo slecht als nu heb ik nog niet eerder in mijn leven meegemaakt en ook Alan geeft heel voorzichtig toe dat het nu best moeilijk skiën is. We zakken vaak heel diep in de prut, want eigenlijk ligt er nog best wel een dikke laag sneeuw, en soms raken we diep verzeild in grote gaten die we zelf veroorzaken door te skiën over deze loodzware sneeuw.
Alan is helemaal uit het zicht verdwenen en we zoeken dan ook enigszins vertwijfeld onze weg omlaag, terwijl de sneeuwlaag slechter en slechter wordt, zodat we uiteindelijk maar aan de zijkant van de sneeuwhelling het wandelpad opzoeken, waar we de ski's weer op de rugzak binden om zo lopend op skischoenen het laatste stuk verder af te dalen naar onze nieuwe verblijfplaats, het hotel in Valnontey, constaterend dat we al met al zo'n 1700m hebben afgedaald.
We komen vroeg bij het hotel aan, tegen 13.00 uur, en gaan eerst eens uitgebreid lunchen. Het eten hier is werkelijk vorstelijk, alles smaakt zo lekker en verfijnd, we nemen allen pasta (o.a. gnocci en ravioli) plus voor de hele groep een schotel mixed grill en een typische portie fondue, d.w.z. een schaaltje heerlijke warme kaas met geroosterde broodjes erbij. We laten het ons heerlijk smaken hier op het terras in de zon en we genieten nog na van deze topdag.
Alan lijkt de laatste dagen wat afwezig en we bestempelen dat als enigszins nukkig gedrag, maar nu blijkt dat hij al een paar dagen ziek is. Hij gaat dan ook vanmiddag nog even met de auto naar Cogne om bij de apotheek wat medicamenten te halen. Wij hebben verder de hele middag om lekker te rommelen, douchen, bagage reorganiseren, dagboekje bijwerken.
Het diner in het hotel is wel goed, alleen zijn we niet zo gecharmeerd van de polenta. De toetjes daarentegen zijn hier voortreffelijk, maar Alan hebben we inmiddels naar bed gestuurd, want hij ziet er beroerd uit. Hij moet veel rust hebben en dus veel slapen en kondigt al aan dat hij er mee zal moeten stoppen.
Vittorio Emanuele
Donderdag deelt Alan ons bij het ontbijt definitief mee dat hij naar huis zal afreizen om daar de dokter te bezoeken, want hij is er echt beroerd aan toe. Hij heeft ondertussen Edward gebeld en die komt hem vandaag en morgen vervangen, als voor ons de beklimming van de Gran Paradiso op het menu staat.
We hebben vanochtend weer lekker wat tijd en genieten nog even na van de luxe van het hotel om dan uiteindelijk richting Pont te gaan waar we Edward zullen ontmoeten.
Om exact 12 uur staat Edward op de parking in Pont en na een kleine lunch maken we ons klaar voor een klim naar de Rifugio Vittorio Emanuele. We bevestigen de ski's eerst op de rugzakken vooraleer we het pad omhoog betreden.
In heel rustig tempo komen we steeds hoger en het landschap wordt steeds ruiger en woester, we merken dat we in het hooggebergte aankomen. Soms zien we in de verte al weer eens enkele mensen op ski's afdalen en na een paar pauzes arriveren wij lopend, zonder één keer de ski's te hebben ondergebonden, de hut op 2732m hoogte. Het warme tot soms zeer warme weer van de afgelopen weken heeft duidelijk zijn sporen achtergelaten op de sneeuw, want het pad kan volledig op schoenen lopend worden betreden, met hier en daar kleine eenvoudig te belopen sneeuwveldjes. De klim heeft ruim 3 uur geduurd en we kunnen op een zonovergoten terras hier nog heerlijk nagenieten.
De hut is werkelijk prachtig gelegen en heeft een karakteristiek uiterlijk met zijn halfronde boogvorm. De 4-persoons kamers zijn prima met 2 aan 2 stapelbedden en voldoende ruimte voor bagage. We doen eerst nog ons traditionele middagdutje alvorens we 's-avonds voor een pasta of soep aanschuiven. We drinken water uit flessen, want Edward zegt dat het kraanwater niet helemaal betrouwbaar is.
Gran Paradiso 4061m
Vrijdag gaan we er al om 4.30 uur uit, want we willen vóór zessen, net als het licht wordt, al op de ski's staan. Het wordt een lange dag, helaas zonder Nanette, die ziek achterblijft in de hut. Ze heeft de hele nacht niet geslapen en heeft nu lichte koorts, dus absoluut niet geschikt om deze toch wel pittige beklimming te doen.
Vandaag staat de Gran Paradiso op het programma, met zijn 4061m de hoogste berg in Italië. Dat betekent voor ons vanuit deze hut een klim van 1350m, en dat op deze hoogte, dat kost wel de nodige energie, dus starten we dan ook rustig.
De klim is iets lastiger dan we de afgelopen dagen gewend zijn geweest, want hogerop moeten de couteaux worden ondergebonden, waardoor we bij wat ijziger stukken niet zullen wegglijden. De klim duurt best lang, bijna 5 uur voordat we helemaal op de top staan. Het landschap is ruig en wild, er zijn de nodige gletsjerspleten te bespeuren en het laatste stukje naar de top moeten we, gezekerd aan touw, een stukje rotsklimmen om bij het Mariabeeld te komen, dat de top markeert.
Voor klimmers is dat laatste stukje over de rotsen wel leuk om te doen, maar als je hoogtevrees hebt, zoals Heleen, is het een crime, want je kijkt zo hier en daar in pijlloze diepten die zowat loodrecht omlaag gaan. Heleen blokkeert aanvankelijk, maar wordt er echter doorheen gepraat en we kunnen elkaar aldus op de top feliciteren met de geslaagde beklimming. Het is overigens grandioos weer, bijna windstil en niet echt koud, dus we hebben de omstandigheden wel mee.
Aanvankelijk was ik enigszins sceptisch over de beklimming van de Gran Paradiso. Ik vond het zo'n verplicht nummer, onderweg en op de top zie je talloze groepjes met mensen, dus alleen ben je zeker niet, wat juist in het toerskiën zo aantrekkelijk is, het alleen zijn in de bergen. Maar direct na het bereiken van de top (die ik ook in zomer 1998 had gedaan) kwam er toch wel een heel tevreden gevoel over me, het is toch een afsluiting, een goede afronding van zo'n weekje toeren, een bekroning door de hoogste top van deze regio te beklimmen.
En dan het skiën. We zien er eigenlijk best wel tegenop, gelet op de ervaringen van de afgelopen dagen en de grotere vermoeidheid die zich van ons lichaam meester heeft gemaakt na zo'n lange beklimming. Nou ja, het eerste stuk gaat wel, het is beter dan we hadden verwacht, wel zwaar, vooral als gevolg van de grote hoogte (wanneer ski je nu op 4000m?). Edward schiet er steeds met grote snelheid vandoor, dus is het lastig in zijn spoor te blijven. Gelukkig wacht hij vaak, ook al met het oog op het feit dat we ons op een gletsjer bevinden, waar het altijd uitkijken is voor de crevasses (spleten).
Dan volgt een stuk met keihard opgewaaide sneeuw, lastig te skiën omdat dit onregelmatig gevormd ijs is waar overheen je moet afdalen. Maar daarna wordt het beter en beter. We krijgen zachtere en mooiere hellingen voorgeschoteld en Edward doet zijn best de mooiste sneeuw voor ons uit te zoeken. We krijgen nu eindelijk de beloofde voorjaarssneeuw, waar we af en toe overheen zweven, zo lijkt het. We genieten met volle teugen en voelen ons ook al veel minder moe. We waren al bijna vergeten hoe het ook alweer moest, dat skiën, maar we krijgen nu gelukkig de bevestiging dat we het niet verleerd zijn.
Tot aan de hut blijven we heerlijke sneeuw houden, die bestaat uit een dun laagje net ontdooide sneeuw op een iets hardere onderlaag, waarover het heerlijk freeriden en carven is. Uiterst voldaan komen we iets na twaalven bij de hut, waar Nanette op ons zit te wachten. We eten nog pasta en verlaten aanvankelijk op ski's de hut om rond 2200/2300m aan te belanden bij een bruggetje, vanwaar we de afdaling lopend voortzetten, wederom met de ski's op de rugzak gebonden.
Wel jammer dat we deze week zo vaak de ski's moeten dragen, we hadden liever meer geskied, maar ja, je hebt de omstandigheden die de natuur ons biedt uiteraard niet zelf in de hand.
We dalen verder heel langzaam af, het tempo wordt bepaald door Nanette, die beroerd is en toch met die zware ski's op haar rug moet sjouwen. Eindelijk bij de auto's aangeland geven we al het geleende materiaal terug aan Edward en rijden weer richting Frankrijk, naar de Boërne, totdat halverwege de Mont Blanc-tunnel een hele vulling uit mijn kies valt. Ik wil dan ook zo snel mogelijk naar een tandarts en na wat bellen en zoeken wordt ik zowaar op vrijdagmiddag tegen 18 uur geholpen door mw. Costa, een allervriendelijkste tandarts.
Zij adviseert mij om nu even niets te doen aan het gebit en schrijft voor noodgeval antibiotica voor, die ik moet meenemen tijdens de toer van de komende 8 dagen, wanneer ik heel hoog in de bergen zal verblijven, toch ver verwijderd van directe acute medische zorg. Ik ben erg blij dat ze mij heeft willen helpen, want ik kan met een gerust hart de volgende week de Haute Route doen.
In de Boërne aangekomen schuiven we zowat meteen aan voor de traditionele raclette, waarbij Edward ons nagenoeg de hele avond vergezelt. Het is erg gezellig en in een uitstekende sfeer sluiten we de week af.